Briefwisseling: Spatial Green – reactie GIDO Stichting
Beste Abram de Boer,
Je waarschuwing voor een nieuw CIAM model her- en erken ik, een oplossing daarvoor juich ik toe. Maar daar zit meteen de valkuil. Jij praat over SAMENwerken door ontwerpers als oplossing, maar deze oplossing en de problematiek daarachter moet nog wel verder uitgewerkt worden.
Daarbij laat je in de opsomming van ontwerpers de “gebruiker” (burger, bedrijf) weg. Is dat een bewuste keuze? Onze ervaring als GIDO Stichting is dat de gebruikers (van een gebied) als katalysator voor de “geschoolde” ontwerpers kunnen dienen waardoor deze “oude rotten in het vak” gedwongen worden meer te gaan samenwerken. En er komt een beter product omdat de gebruiker het gebied en alle eigenaardigheden ervan veel beter kent en op waarde kan schatten dan een ontwerper, hoe goed ook opgeleid.
Na decennia is het, op een enkele uitzondering na, nog steeds niet gelukt om de ontwerpers goed te laten samenwerken, laat staan te ontwerpen. Alle goede bedoelingen van steeds nieuwe proces tools ten spijt.
De oplossing zit hem dan ook niet zozeer alleen in het proces. Maar vooral ook in een andere inhoud. En die inhoud is het gebied en het gebruik van het gebied. Dat is ook een andere taal dan het vakjargon waarmee gebiedsontwerpers elkaar en de burger belagen.
Over een andere inhoud gesproken. Je voorbeeld onder A vind ik schitterend, precies passend in de discussies van deze tijd: Cradle to Cradle, kringlopen, economie. Maar ook de idiotie van de oogkleppen focus op duurzame energie, versterkt door het een dimensionaal willen oplossen van het energie vraagstuk. Het lijkt op het oude, verstarde milieudenken van de milieuactivisten uit de jaren 60/70.
Even terug naar je voorbeeld: ‘Self forfilling sustainability’. Daar moeten we meer mee! Misschien zit hier ook wel een oplossing voor het boven beschreven SAMENwerkings probleem. De kern van wat je beschrijft is de economie van het gebied, en dat is geen vraagstelling die om een stedebouwkundige oplossing vraagt. Maar zo is wel de praktijk. En in dit geval is economie een kringloop met verbindingen en vertakkingen. Misschien ken je het voorbeeld van Gulpener bier in Limburg? Is precies zo’n gebiedseconomie.

Ligt er misschien de uitdaging om van de traditionele ontwerpers nieuwe economen te maken? Mensen die kunnen denken in bestaand kapitaal en in waardecreatie die toevoegt? Gulpener gaat uit van duurzame productie van grondstoffen in de eigen omgeving waar ze deze vroeger steeds verder weg gingen halen. De grond in Limburg heeft het vermogen uitstekende grondstoffen te leveren, de mensen uit de regio daarmee een goed bestaan te verzekeren en de krimpende leefgemeenschap van een nieuwe impuls te voorzien.
Zo heeft een bedrijf, waarschijnlijk zonder het te beseffen, inhoud gegeven aan een nieuwe manier van gebiedsontwikkeling, gebaseerd op een nieuwe maar ook al eeuwenoude benadering van GEBIEDSECONOMIE.
Uiteraard gelden hiervoor geheel andere principes dan door de huidige economen en stedebouwkundigen worden gehanteerd. Zichtlijnen worden verbindingslijnen, een overstroming is geen kostenpost maar levert de vruchtbaarheid van de grond. Het zijn principes uit de oude doos, maar kunnen veel verbetering brengen.
