De gemeentelijke heroverweging: nu investeren?
Op 1 april zijn 20 rapporten verschenen naar aanleiding van de Brede Heroverwegingen. Ondanks de uitgekozen dag viel er weinig te lachen: zowel de aanleiding als de uitwerking zijn ernstig. De komende jaren ontkomt de politiek niet aan het maken van pijnlijke keuzes, om verdere groei van de overheidsschuld te voorkomen. Ook op gemeentelijk niveau zal deze pijn voelbaar worden.
Naast het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de afgelopen tijd alarmerende berichten verspreid. De landelijke bezuinigingsopdracht betekent een gemeentelijke “strop” van 3 miljard euro in 2009 en 2010, zo becijferde de VNG. Elke gemeente werkt aan eigen brede heroverwegingen, er is inmiddels een flink aantal gemeentelijke bezuinigingsnota’s verschenen. De vraag is wat dit oplevert, zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik wil een lans breken om niet te snijden in uitgaven, maar om te investeren in de voorbereiding van overheidsprojecten in de bouw. Voorbereidingen die uiteindelijk meer (kwaliteit, waarde, duurzaamheid) opleveren voor minder (geld, tijd). De oplossing is niet om projecten “dan maar niet te beginnen”, zoals de werkgroep Mobiliteit en Water voorstelt voor de kilometerheffing. De politiek moet juist nu durven om vooraf extra te investeren in winst voor de komende jaren. Niet alleen wordt hiermee de kwaliteit van toekomstige projecten verbeterd, ook voorkomt deze anticyclische benadering (vrij naar Keynes) een versterking van de crisis.
Veel minder met minder
Ongetwijfeld zullen de gemeentelijke bezuinigingen een groot aantal concrete bouwprojecten treffen. Ten eerste leert de ervaring dat overheidsbezuinigingen ook hun weerslag hebben op marktinvesteringen. Het zogenaamde ‘multipliereffect’ beschrijft dat het verschil in marktinvesteringen een veelvoud is van een verschil in overheidsinvesteringen. In positieve en negatieve zin.
Ook zal noodzakelijke verbetering door bezuinigingen niet uitgevoerd kunnen worden. Want ondanks dat we het in Nederland best goed voor elkaar hebben, zullen sectoren als onderwijs en zorg minder bedeeld raken. Ter illustratie, er wordt al tijden geklaagd over het onderhoudsniveau op basisscholen. Niet alleen ziet het er soms armoedig uit, als het slechte binnenklimaat zelfs gezondheidsconsequenties blijkt te hebben is er echt wat aan de hand. Minder gemeentelijk geld betekent dat ook hier minder verbetering mogelijk is. En misschien nog wel minder dan op basis van de lagere begrotingspost verwacht mag worden. Het is geen wethouder vreemd om vooral “zichtbare” projecten te financieren, wie kan garanderen dat het binnenklimaat van veelal jaren ‘70 bebouwing sexy genoeg is?
Een derde gevolg is de onder druk staande verhouding tussen de gemeentelijke overheid en de markt. Bouwend Nederland waarschuwde in maart al voor gemeenten die marktpartijen het vuur na aan de schenen leggen, om te komen tot een zo laag mogelijke prijs. (zie “Aanbesteder wil onderste uit de kan”, op www.bouwendnederland.nl) De reflex lijkt logisch: gemeenten hebben een gelijke bouwopgave, maar zien zich geconfronteerd met krimpende budgetten. De voorlopige conclusie is dus gauw getrokken: veel minder (kwaliteit, waarde, vertrouwen, samenwerking) met minder (geld).
Focus op lange termijn
Er zijn natuurlijk verschillende manieren van bezuinigen. Met de kaasschaaf snijden in grote voorzieningen heeft nadelen, maar lijkt een mogelijkheid om de financiële doelstellingen te halen. Welke gevolgen heeft dit op lange termijn? Hierbij heb ik het niet over de termijn tot aan de volgende verkiezingen, maar naar de termijn die tegenwoordig gemeengoed is bij geïntegreerde contracten: 10, 20, of zelfs 30 jaar. Natuurlijk zijn geïntegreerde contracten niet de heilige graal, elk project verdient een gedegen contractafweging. Maar bijvoorbeeld de PPS projecten van de Rijksgebouwendienst leveren een significante meerwaarde op. Het gaat daarbij om de stappen die er aan vooraf gaan; de voorbereiding die nodig is om dergelijke projecten succesvol te kunnen doen. Kijken we bijvoorbeeld naar de gemeentelijke riolering, op 25 maart stond hierover een artikel in Cobouw (“Miljardenverspilling riool”), dan blijkt dat er miljarden zijn geïnvesteerd zonder gedegen onderzoek naar doelmatigheid van de investeringen. Er is zoveel winst te behalen door het geld dat we hebben, beter te benutten.
Professioneel opdrachtgeverschap uit zich op verschillende manieren, waarvan een gedegen voorbereiding er één is. Daarnaast kunnen gemeenten zich weer concentreren op hun “core business” en kan er meer aan de markt worden overgelaten. Ook betekent het kiezen op basis van “total cost of ownership” in plaats van enkel de investeringskosten en een vrijblijvende onderhoudsprognose van hooguit vijf jaar. Het zal vragen om een andere cultuur, meer vertrouwen in de ander. Je gaat immers een langjarig contract met elkaar aan. Dit staat diametraal op de gemeentelijke markt die Bouwend Nederland nu signaleert. Tot slot is duurzaamheid geen “moetje”, maar is het inherent aan deze manier van werken. De focus op levensduur in plaats van opleverdatum, laat bij alle partijen het beste bovenkomen.
Dat bedoel ik met nu investeren: straks de vruchten kunnen plukken in de vorm van veel lagere exploitatielasten en hogere kwaliteit (vertrouwen, waarde, duurzaamheid). Natuurlijk moet er kritisch gekeken worden naar alle plannen, maar de essentiële verbeteropgaven waar Nederland voor staat moeten en kunnen doorgaan. Maar dan wel op professionele wijze.
ir. Matthijs Kuhlmann
