“De CO2-prestatieladder, alweer zo’n poging om de bouw duurzamer te maken”, zullen veel bestuurders en duurzaamheidsexperts binnen de bouwsector peinzend concluderen. Toch is er ook veel optimisme over deze nieuwe methode. En inderdaad: het kan een groot succes worden. Maar alleen op voorwaarde van een compleet vernieuwende aanpak.

video2000In 1988 werd na elf jaar tegenvallende resultaten de knoop doorgehakt in de bestuurskamers van Philips en Grundig: beide besloten te stoppen met Video 2000. Omdat de film- en entertainmentindustrie het door JVC ontwikkelde VHS-systeem als standaard beschouwde, wist het technisch superieure Video 2000 al die jaren geen voet aan de grond te krijgen: VHS was de standaard geworden.
Tegen het einde van het vorige decennium, werd er door verschillende ondernemers in Silicon Valley voor het eerst bewust gestuurd op het ontwikkelen van een algemeen opensourcegeaccepteerde standaard in de markt. Als chef-koks van hun eigen keuken, besloten ze het recept van hun winnende gerecht vrij te geven. Zij maakten hiervoor de weg vrij voor andere ondernemingen om met dit recept te variëren, maar dwongen hen hierdoor wel de ingrediënten bij de chef-kok af te nemen. Hun recepten werden de standaard in de markt, maar het geld verdienden ze met de verkoop van de ingrediënten. Open source was geboren.

CO2-prestatieladder
Vanaf 1 december 2009 zal ProRail bedrijven die duurzaam ondernemen gaan belonen. Vanaf dan wordt er gegund met behulp van de CO2-prestatieladder. Ondernemingen die geen moeite doen om klimaatbewust te ondernemen, zullen laag op de ladder staan. Daarentegen zullen ondernemingen die zich erg bewust zijn van hun maatschappelijke omgeving – en dat ook weten te certificeren – hoog op de ladder staan. Zij worden beloond met een korting van maximaal 10% tijdens de gunningafweging.

Een goed initiatief, maar door de verplichting tot certificatie vraagt het veel van ondernemingen. Als dit recept bij een breed publiek in de smaak wil vallen, zal het daarom dé standaard op het gebied van het certificeren van duurzaamheid moeten worden. En gezien de actualiteit van duurzaam ondernemen, de snelheid waarmee nieuwe ideeën gelanceerd worden en het feit dat de overheid over een paar maanden klimaatneutraal moet inkopen, moet dit ook nog eens heel erg snel gaan gebeuren.

Open source in de bouw, een goed initiatief?
Een voordeel van de methode achter de CO2-prestatieladder is dat hij goed kneedbaar is en stuurt op transparantie in plaats van prestatie. Dit betekent dat ondernemingen worden beoordeeld op de mate waarin zij inzicht hebben in het effect van hun handelen op de maatschappij door middel van CO2-uitstoot. In de huidige vorm is de prestatieladder een goed middel om het speelveld in kaart te brengen en ondernemingen bewust te laten zijn van hun CO2-emissie. Echter, in de toekomst zal het wellicht interessant zijn om een ladder te ontwikkelen die meer naar de prestatie van ondernemingen kijkt.

Ger van der Wal, hoofd Aanbestedingen, Kostenmanagement & Inkoop van ProRail: “Wij stimuleren andere partijen om dezelfde methode te gebruiken. Wij zetten onze mensen actief in om ze daarbij te helpen. Belangrijk is dat de andere partijen gebruik gaan maken van dezelfde certificeringen. Maar zij zijn vrij om de manier waarop de prestaties beloond worden naar hun eigen voorkeur aan te passen.” Dit is een typisch voorbeeld van kennisdeling binnen het kader van open source. Naast een korting tijdens het gunningproces, zou er ook een bonus kunnen worden uitgekeerd of zou er zelfs een minimaal prestatieniveau vastgesteld kunnen worden.

Urgentie
Daarnaast is het –zeker nu het initiatief zich nog in een prille fase bevindt – van groot belang dat het idee door een paar grote partijen wordt opgepakt. Samenwerken is belangrijk voor duurzame ontwikkelingProRail ontwikkelt samen met Rijkswaterstaat aan een enigszins aangepaste versie. Van der Wal: “De urgentie om er echt energie in te steken was er niet. Duurzaam ondernemen had nog niet bij alle bouwondernemingen prioriteit. Nu wel.” Grote ondernemingen in de sector lijken het initiatief te ondersteunen: “Wij zijn altijd proactief voorstander geweest van de ontwikkeling van de prestatieladder. Het is goed om te zien dat kwaliteit nu een grotere rol heeft bij aanbestedingen. De prestatieladder zorgt ervoor dat alle ondernemingen in de bouwsector nu de puntjes op i moeten zetten op het gebied van duurzaam ondernemen. Wij zijn één van de koplopers op het gebied van duurzaamheid en het is goed dat bedrijven die duurzaamheid kunnen concretiseren en kwantificeren hiervoor gecertificeerd worden. De concurrentie in de sector is groot en een klein voordeel bij een gunning kan een groot verschil maken.” aldus Klaas-Jan Visser, consultant bij BAM Rail.

Toch zijn er ook veel sceptici van deze aanpak. Een veel gehoord argument is dat de gebruikte methode moeilijk breed toepasbaar zal zijn. Dit vanwege zijn gespecialiseerde certificering en het feit dat een dergelijk initiatief vaak oorsprong vindt in een sector – in dit geval de GWW-sector - die wezenlijk verschilt van andere sectoren. De prestatieladder probeert dit probleem te ondervangen door te sturen op een certificering van bewust ondernemen in plaats van specifieke producten, materialen of werkmethodes te beoordelen. Hierdoor is deze methode in principe toepasbaar op iedere onderneming, van cateraar tot aannemer en krijgt iedere onderneming een stimulans om mee te komen. Door de methode in eerste instantie te richten op transparantie behoedt de prestatieladder ondernemingen voor het opstellen van complexe rapportages. Bovendien is het hierdoor ook voor kleine ondernemingen mogelijk om deel te nemen aan de regeling.

Nu of nooit
Al met al lijkt het erop dat een aantal grote partijen binnen de sector waarin ProRail opereert het initiatief goed oppakken en er samen naar streven dat deze methode een open standaard in de sector wordt. Een goede implementatie van de CO2-prestatieladder zal bedrijven ervan bewust maken dat het meer en meer belangrijk wordt om inzicht te krijgen in de prestatie op het gebied van CO2-uitstoot. Om het deze keer wél tot een succesvolle implementatie te laten uitrollen is het daarom noodzakelijk dat ook de – nu nog met argusogen toekijkende – (overheids-)partijen binnen afzienbare tijd actie ondernemen. Zo niet, dan wordt dit een standalone methode die de marktpartijen meer geld kosten aan administratieve werkzaamheden dan dat het een verbetering van de algemene kijk op duurzaam ondernemen zal betekenen.

Post to Twitter Twitter dit bericht!